Juf Yvonne groep 3 Basisschool Het Noorderlicht
 
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
Welk plaatje hoort bij het woord - gesloten twee lettergrepige woorden

sok – sokken.

 

“De klinker /o/ klinkt kort. En er staan twee dezelfde medeklinkers in het midden. Als een klinker staat voor twee dezelfde medeklinkers, klinkt die kort.

 

Welk woord hoort bij het plaatje ?


De nieuwe woordtypen in kern 9 zijn:

  • samengestelde woorden van twee lettergrepen met letterclusters, zoals hijskraan;
  • woorden van één lettergreep met een cluster van drie medeklinkers vooraan of achteraan, zoals strik en markt;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -aai, -ooi of -oei, zoals haai, kooi en roei;
  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -e, zoals korte;
  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -en, -er of -el, zoals bloemen, tijger en mantel;
  • woorden van twee lettergrepen met in het midden twee dezelfde medeklinkers, zoals takken;
  • woorden van twee lettergrepen met het voorvoegsel be-, ge- of ver-: betaal, gezien en vertel.

 

(Advertentie voor leraar of ouder)
  • VOORLEZEN (door iemand anders)
  • SAMEN LEZEN
  • ZELF LEZEN (jij)

Dit kan heel goed met het boekje Velig en VLot !

Deze blz. mag je vaker lezen want dan gaat het ook steeds beter en vlotter !

 

Spelling
We herhalen de woordtypen die in de vorige kern werden geoefend met spelling, zodat ze aan het eind van de kern worden beheerst:

  • woorden van één lettergreep die beginnen met of eindigen op twee medeklinkers, zoals stal en wesp;
  • eenvoudige samenstellingen van twee lettergrepen, zoals zakmes en voetbal;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met sch- ,zoals schaap;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ng, zoals bang;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -nk, zoals bank.


Verder oefenen we met het spellen van de woordtypen die de kinderen leren lezen, waaronder ook woorden van één lettergreep die eindigen op twee medeklinkers met een tussenklank (kleefletter), zoals: half, wilg, melk, helm, tulp, slurf, berg, vork, warm, harp en hoorn. De kinderen leren dat die letters aan elkaar ‘kleven’ en dat ze er geen letter tussen moeten schrijven. Het is dus ‘melk’ (en niet ‘melluk’).

DICTEE : kijk naar het woordje en type het in het vakje

(Advertentie voor leraar of ouder)

Welk woord hoort bij het plaatje ?

(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)